Nanban-Jin 1

Nanban-Jin

Numéro 1
Couverture Hardcover
Langue NL
Éditeur Dupuis
Numéro ISBN 9789031442591
Collection Nanban-Jin
Nombre de pages 480
Date de parution 29-09-2026
Dispo. sous 1-5 jours Prix BD Web: € 49,99

Description

Un marin portugais échoue au Japon, sur l’île de Tanegashima, et entre ainsi en contact avec une culture dont il ignorait même l’existence. Fernando est bouleversé et désorienté : il est confronté à l’altérité et tente de surmonter ses propres démons.

Les habitants qui l’accueillent — les enfants, les samouraïs, la prêtresse dansante, le vieux pêcheur — voient eux aussi leurs certitudes et leur quotidien vaciller.

Un seul récit, raconté à la fois du point de vue occidental et oriental par Cyril Pedrosa et Taiyō Matsumoto, dans un double album unique où les deux visions se rejoignent en son centre.

Une secousse esthétique sans précédent, pleine d’aventure et de poésie. Un voyage inoubliable.
 
 
 

Avis

Score moyen 5 / 5
Score:
5/5
Par: Johan Faes le 02 novembre 2026

‘Nanbanjin’: zeven jaar werk levert een wonderlijke mix op van Franse strip en Japanse manga ★★★★★

Zeven jaar hebben de Franse stripauteur Cyril Pedrosa en de Japanse mangameester Taiyo Matsumoto gewerkt aan Nanbanjin. Samen, van op afstand. Het is een wonderlijk treffen van oost en west.

Aan een tête-bèche – een boek met twee covers en teksten die in het midden samenkomen – kun je twee keer beginnen. En toch kun je maar één keer echt beginnen aan een boek. Zeker in het geval van Nanbanjin is het moeilijk kiezen. Het ene deel is gemaakt door de Franse stripauteur Cyril Pedrosa, het andere door de Japanse mangakunstenaar Taiyo Matsumoto. Waarom eens niet, tegen de aandrang in om van links naar rechts te bladeren, deze goudklomp van 500 pagina’s omdraaien en op z’n Japans starten?

Beide delen groeien sowieso naar elkaar toe, het zijn twee kanten van een verhaal die elkaar voortdurend verfijnen. Wanneer ze overlappen, leggen ze er een subtiel laagje op. Waar ze afwijken, bijvoorbeeld door terug te keren naar het verleden van een personage of door even mee te stappen met een ander personage, geven ze extra diepte aan het geheel.

Bij Taiyo Matsumoto mag het mysterie langer blijven hangen. Dat heeft te maken met zijn vertelperspectief, met zijn grafische keuzes en algemene esthetiek. In zijn deel volgen we Shobei, een visser die niet langer vist nadat hij zijn zoontje Taro verloren is in een storm. Hij leeft samen met zijn hond Kuro in een uithoek van het eiland Tanegashima, zijn hut door een bos gescheiden van het dorp. Op een dag spoelt op het strand een reus aan met rood haar en groene ogen – zowat de enige kleuren in die schemerzones van aardse en grijze tonen.

Waarmee we ineens bij de stijl belanden. Matsumoto is al sinds de jaren 80 een meester van de manga, met titels als Tekkonkinkreet en Ping Pong, die met ongelijke figuren en gedempte kleuren durft af te wijken van de rigidere structuren in veel andere manga. Niet dat hij die niet in de vingers heeft, maar zijn handwerk is vrijer. Het is expressionistisch, door te spelen met vorm en vervorming geeft hij een emotionele lading aan taferelen. En impressionistisch, met sfeerlicht en poëtische stroken maakt Matsumoto er bijna schilderijtjes van.

Zoals bij de besten vertellen stijl en inhoud hier eenzelfde verhaal. Dat gaat over initiële spraakverwarring en over angst voor het onbekende die langzaam wegebt. De aangespoelde is Fernando, een Portugese zeeman die geen haast heeft om terug te keren. In dit zestiende-eeuwse land van samoeraicodes en rituele dansen voelt hij zich hoe langer hoe minder een vreemdeling. Terwijl culturen clashen, matchen de individuen. Want samen eten en drinken, waken en schrikken, lachen en schreien: het voert je terug naar de basis van je behoeften als mens. En wie is dan de barbaar, of de nanbanjin uit de titel, in historisch Japans? Misschien niet die ene outsider, maar wel de schoften in je eigen gemeenschap.

Dit boek is vooral een ontmoeting van mensen die voorbij de cover, de eerste indrukken en de cultuurverschillen leren kijken naar wat hen bindt. In het Europese deel keert het perspectief om. Je ziet wie Fernando vroeger was, hoe hij op dat noodlottige schip belandt, ver van huis strandt en weer opstaat dankzij het vertrouwen van Shobei.

Waar Matsumoto zijn helft schildert, paneel na paneel, presenteert de Franse stripauteur Cyril Pedrosa zijn versie bijna als een film, scène na scène. In de jaren 90 werkte hij mee aan Disneyproducties als De klokkenluider van de Notre Dame en Hercules. Die dynamiek nam hij mee naar graphic novels als het autobiografische Portugal en het middeleeuwse sprookje De gouden eeuw, en nu ook naar Nanbanjin.

In zijn luik legt Pedrosa meer uit. Niet dat het eurosplaining wordt, maar de Frans-Belgische traditie waar hij bij aanleunt, met klare lijnen en egale kleuren, stuwende bewegingen en flashbacks, heeft nu eenmaal iets zelfverklarends. Begin je met zijn verhaal, dan is het pad van Fernando duidelijker. Mag er wat mist blijven hangen, start dan met dat van Matsumoto. Langs weerskanten is het een heerlijke grafische beklimming. Het lijkt zelfs alsof de auteurs gaandeweg – ze hebben er zeven jaar aan gewerkt, de ene in Parijs, de andere in Kamakura – ook stilistisch naar elkaar toegroeien, van oost naar west en west naar oost. Het is de kern van Nanbanjin: twee werelden die er één worden. Die eigenlijk altijd al één waren.

© De Standaard, 29/10/2026.

Donnez votre avis &
tentez de gagner un chèque cadeau d'une valeur de €5
Rédiger un avis